Ervaringstoets

Bij het afsluiten van een hypotheek neemt u belangrijke beslissingen die over het algemeen gevolgen hebben voor uw financiële situatie. Hierdoor dient u voordat u een hypotheek afsluit eerst goed geïnformeerd te zijn. Indien u de verkeerde keuze maakt, kan dat grote gevolgen met zich meebrengen. Daarom is de kennis- en ervaringstoets belangrijk en ook wettelijk verplicht.

De toets geeft u namelijk inzicht of u voldoende weet van het volgende:

U weet wat een hypotheek is en u begrijpt welke keuzes u moet maken.

U kent de voorwaarden van de hypotheek.

U kunt beoordelen of de hypotheek past bij uw persoonlijke en financiële situatie.

Het resultaat van uw toets

Vul de toets in één keer zorgvuldig en eerlijk in. Alleen zo krijgt u het beste inzicht in uw eigen kennis van hypotheken. Bedenk wel dat een goede score nog niet wil zeggen dat u ook werkelijk kennis hebt om de juiste hypotheek af te sluiten. Ook zegt de uitkomst van deze toets niet welke hypotheek het beste bij uw situatie past.

Vul de vragen van de kennis,- en ervaringstoets eerlijk en zonder hulp in.

1. Yoana en Sandra hebben een huis gezien dat ze willen kopen. De vraagprijs is € 250.000,-. Achter de vraagprijs staat de afkorting ‘k.k.’. Dat betekent ‘kosten koper’. Hoeveel geld moeten Yoana en Sandra betalen voor het huis?

 
 
 

2. U hebt een woning op het oog en overweegt een hypotheek af te sluiten. Uw voorkeur gaat uit naar een hypotheekvorm waarbij u aan het eind van de looptijd duizenden euro’s voordeliger uit bent. Welke hypotheekvorm past dan het best bij u?

 
 
 
 

3. Bij een bestaande woning stelt een taxateur de marktwaarde van de woning vast in een taxatierapport. In geval van verbouwing, stelt de taxateur de marktwaarde van de woning na verbouwing vast in een taxatierapport. Is deze stelling juist/onjuist?

 
 

4. Karel heeft een huis gekocht. Hij betaalt dat met een hypotheek. Karel kiest voor een lange rentevaste periode. Waarom doet Karel dat?

 
 

5. Als wij u niet adviseren, moet u zelf rekening houden met uw kennis en ervaring, uw doelen, uw financiële situatie en uw risicobereidheid. Vervolgens bepaalt u zelf welk product het beste past bij uw persoonlijke situatie. Bent u zich hiervan bewust?

 
 

6. Stel u hebt een hypotheek die bestaat uit 3 leningdelen:

een leningdeel Annuïteiten Hypotheek van € 60.000,

een leningdeel Lineaire Hypotheek van € 40.000, en

een leningdeel Aflossingsvrije Hypotheek van € 250.000.

U betaalt tijdens de looptijd niet extra terug op uw hypotheek. Hoe groot is uw restschuld aan het einde van de looptijd van uw hypotheek?

 
 
 
 
 

7. De hypotheekrente die u betaalt, is onder voorwaarden

 
 
 

8. Suzy en Mo hebben een groter huis gekocht. Het nieuwe huis is al opgeleverd. Maar ze hebben hun oude huis nog niet verkocht. Suzy en Mo hebben een overbruggingskrediet nodig zolang ze hun oude huis nog niet hebben verkocht. Hoeveel overbruggingskrediet hebben ze nodig?

 
 
 

9. Hoe betaalt u een Aflossingsvrije Hypotheek terug aan het einde van de looptijd?

 
 
 

10. Stel u krijgt van de bank een offerte voor een Budget Hypotheek. In de offerte staat dat de hypotheekrente 5% is. U vindt het voorstel goed en stuurt de offerte getekend terug. Na twee dagen gaat de rente voor hypotheken omlaag met 0,20%. Gaat de hypotheekrente die in uw offerte staat nu ook omlaag?

 
 
 
 

11. Tijdens de looptijd van de hypotheek kan er van alles gebeuren waardoor uw inkomen daalt. Denk aan arbeidsongeschiktheid, werkloosheid of overlijden. U (of uw nabestaande) wilt dan wel in de woning blijven wonen. De hypotheeklasten moet u blijven betalen. Hoe kunt u de risico’s verkleinen dat u of uw nabestaande onvoldoende inkomen hebt om de hypotheeklasten te blijven betalen?

 
 
 
 

12. Een hypotheekadviseur vertelt Marieke dat zij maar € 250,- per maand hoeft te betalen voor een lening van € 250.000,-. Marieke merkt later dat het verhaal van de adviseur alleen waar is in sommige situaties. Marieke moet nu veel meer betalen dan € 250,- per maand. Mag de adviseur dit zo aan Marieke vertellen?

 
 
 

13. U hebt 3 jaar geleden een woning gekocht. U betaalt 5% rente voor uw hypotheek met een rentevastperiode van 5 jaar.

De actuele rente is nu 2%. U wilt daarom graag uw hypotheek aanpassen naar deze lagere hypotheekrente.

Kunt u uw hypotheek aanpassen naar deze lagere hypotheekrente?

 
 
 

14. Bij een Annuïteiten Hypotheek kan ik in het begin een hoger bedrag aan rente aftrekken van mijn inkomen voor de inkomstenbelasting en later een lager bedrag. Is deze stelling juist?

 
 
 
 

15. Waar houdt de bank geen rekening mee bij het bepalen van het bedrag dat u maximaal kunt lenen?

 
 
 
 

16. U leest de laatste tijd veel over de aftrek van hypotheekrente. Waarvan mag u de hypotheekrente aftrekken?

 
 
 

17. Stel u hebt een andere woning gekocht die duurder is dan uw huidige woning. De nieuwe woning is al opgeleverd. Maar u hebt uw oude woning nog niet verkocht. De overwaarde wilt u gebruiken voor de aanschaf van de nieuwe woning. U hebt dus een overbruggingslening nodig zolang uw oude woning nog niet is verkocht. Welke rente betaalt u voor de overbruggingslening?

 
 
 
 

18. Henk heeft een huis gekocht dat nog niet is gebouwd. De aannemer wil tijdens het bouwen al geld krijgen van Henk. Hoe kan Henk de aannemer betalen?

 
 
 

19. Willem verkoopt zijn huis. Hij houdt nog € 80.000,- over als hij de hypotheekschuld heeft afgelost. Willem gaat bij zijn vriendin Truus in een huurhuis wonen. Een jaar later kopen ze samen een huis voor € 250.000,-. Ze vragen een hypotheek aan voor het hele bedrag. Willem en Truus mogen de rente voor de hypotheek

 
 
 

20. Welke stelling(en) is/zijn juist?

  1. Voor een eerste nieuwe woning kunt u een Aflossingsvrije Hypotheek afsluiten. De hypotheekrente is dan niet aftrekbaar.
  2. Het bedrag dat u aan rente betaalt bij een Lineaire Hypotheek wordt elke maand lager.
 
 
 
 

21. Johan heeft een woning gekocht die hij helemaal gaat verbouwen. Bovenaan zijn to-do-lijst staat vermeld dat Johan na de verbouwing een energielabel A wilt hebben. Hoeveel mag Johan in 2017 tijdelijk maximaal lenen?

 
 
 
 

22. Femke en Bas krijgen van de bank een offerte voor een hypotheek. In de offerte staat dat de hypotheekrente 5 procent is. Femke en Bas vinden het voorstel van de bank goed. Ze hebben de offerte nog niet teruggestuurd. Maar na twee dagen gaat de rente voor hypotheken omhoog met 0,25 procent. Moeten Femke en Jelle nu ook meer rente betalen?

 
 
 

23. Hoeveel kunt u in 2017 maximaal lenen voor de aankoop van een woning?

 
 
 
 

24. Bij een Annuïteiten Hypotheek betaalt u maandelijks een deel terug. Tijdens de looptijd wordt hierdoor het bedrag aan rente die u over de hypotheek betaalt steeds lager. Is deze stelling juist?

 
 
 
 

25. Yannick heeft een lineaire hypotheek van € 450.000,- afgesloten bij de bank met een rentevaste periode van 5 jaar. Yannick lost hierdoor € 1.250,- per maand af op de hypotheek. Omdat Yannick aan het eind van de looptijd niet met een restschuld wilt komen te zitten, besluit hij aan het eind van het derde jaar extra af te lossen op de hypotheek. Welk bedrag mag Yannick boetevrij extra aflossen op de hypotheek?

 
 
 
 

26. Is de volgende stelling juist?

De offerte voor een Budget Hypotheek is maximaal 3 maanden geldig en kan met 6 maanden verlengd worden. De hypotheekakte moet dan binnen 9 maanden getekend worden bij de notaris.

 
 
 
 

27. Welke stelling(en) is/zijn juist?

  1. Bij een Lineaire Hypotheek neemt de hypotheekschuld af tijdens de looptijd. Daardoor betaalt u een steeds lager bedrag aan rente en hebt u minder hypotheekrenteaftrek.
  2. Bij de Lineaire Hypotheek wordt tijdens de looptijd van de hypotheek elke maand een vast bedrag terugbetaald.
 
 
 
 

28. Janneke wil haar huis verbouwen. Zij wil hiervoor een tweede hypotheek aanvragen met Nationale Hypotheekgarantie (NHG). Dat is een fonds dat de aanbieder van de hypotheek zekerheid geeft dat Janneke haar hypotheek kan betalen. Zij hoeft dan minder rente te betalen voor haar hypotheek. Kunt u een tweede hypotheek krijgen met Nationale Hypotheekgarantie?

 
 
 

29. U ziet een advertentie voor een hypotheek. In de advertentie staan drie verschillende rentes. De eerste rente is 2,9 procent. De tweede is 4,7 procent en de derde is 5,2 procent. Welke rente u moet betalen hangt af van de periode die u afspreekt waarin de rente gelijk blijft. Die periode heet de rentevaste periode. Bij welke rente is die periode het kortst?

 
 
 

30. Er zijn veel hypotheekvormen. Welk van de onderstaande hypotheekvorm geeft altijd een restschuld?

 
 
 

31. U verkoopt uw woning waarop u een hypotheek van € 150.000 hebt. Na het terugbetalen van deze hypotheek houdt u nog € 100.000 over. U gaat met uw partner tijdelijk huren. Een jaar later koopt u samen een woning voor € 350.000. U vraagt een hypotheek aan voor het hele bedrag. Van welk hypotheekbedrag mag u de hypotheekrente aftrekken van uw inkomen voor de inkomstenbelasting?

 
 
 
 

32. Met de Nationale Hypotheek Garantie kunt u in 2017 een huis kopen met een marktwaarde van maximaal:

 
 
 

33. Sarah heeft een eigen huis. Zij betaalde vorig jaar €10.000,- hypotheekrente. Sarah moet 40,50 procent belasting betalen over haar inkomen. Hoeveel geld krijgt Sarah terug van de belasting omdat zij de rente mag aftrekken?

 
 
 
 

34. U wilt een huis kopen. Daarom wilt u van de bank weten hoeveel u kunt lenen. Hoe beslist de bank hoeveel geld u kunt lenen?

 
 
 

35. U ziet een advertentie voor een hypotheeklening. In de advertentie staat wat de totale prijs is van de lening. Wat bedoelt de aanbieder van de hypotheeklening met de totale prijs?

 
 
 

36. Suzy heeft een huis gekocht. Zij heeft al een lening voor haar auto. Maar nu moet zij ook een hypotheeklening aanvragen. Wat is het verschil tussen een hypotheeklening en een gewone lening?

 
 
 

37. U hebt een woning op het oog. Met uw huidige inkomen uit loondienst kunt u de woning financieren. Waarmee kunt u zelf rekening houden bij het bepalen of u het maandbedrag van de hypotheek kunt blijven betalen?

 
 
 
 

38. Welke stelling(en) is/zijn juist?

1. U hebt uw huidige woning verkocht met een restschuld van € 20.000. U koopt een nieuwe woning en financiert de restschuld mee. U kunt de rente over de restschuld gewoon aftrekken van uw inkomstenbelasting.

2. U hebt uw huidige woning verkocht met een overwaarde van € 20.000. U koopt in hetzelfde jaar een nieuwe woning en financiert deze volledig met een nieuwe Lineaire Hypotheek. U gebruikt de overwaarde niet voor uw nieuwe woning. U kunt de rente over de nieuwe hypotheek volledig aftrekken van uw inkomstenbelasting.

 
 
 
 

39. Bij een aflossingsvrije hypotheek zal aan het einde van de looptijd een restschuld ontstaan die afgelost dient te worden uit eigen middelen of verkoop van de woning. Is deze stelling juist?

 
 

40. Stel u en uw partner gaan nu uit elkaar. U hebt de woning samen in 2006 gekocht. De hypotheek en ook de eigenwoningschuld bedraagt € 250.000. U blijft in de woning wonen en u wilt de hypotheek volledig overnemen zoals is vastgelegd in het echtscheidingsconvenant. Welk antwoord is juist?

 
 
 
 

Question 1 of 40

Elk kwartaal wordt de toetsrente voor hypotheken met een rentevastperiode korter dan tien jaar vastgesteld en gepubliceerd door de AFM. De toetsrente voor het derde kwartaal van 2017 is 5%.